|
Er zijn soorten, selecties en cultuurvariëteiten.
Soorten, dat wil zeggen, deze planten komen in de natuur voor en zaaien zichzelf uit, veelal in lichte bossen en droge rivierbeddingen.
Selecties, dit zijn zaailingen die geselecteerd worden door kwekers omdat ze opvallen door hun bijzondere bloei- of groeiwijze. Bijvoorbeeld een sterke geur of een afwijkende bladvorm of groei vertonen.
Cultuurvariëteiten, dit zijn kruisingen tussen twee soorten of selecties, welke meestal door kwekers worden gemaakt.
Viburnum is een niet veeleisende struik die op alle grondsoorten wil groeien vooral als er een beetje kalk wordt gegeven dan hebben ze het naar hun zin. Elk jaar een emmer compost over de voet strooien is goed. Snoeien mag naar behoefte, wel na de bloei anders knip je de knop weg.
Een Viburnum wordt ongeveer 25 tot 30 jaar oud en in die tijd kunnen ze uitgroeien tot forse struiken van wel 3 meter hoog en breed.
|